Zet loonkosten centraal in de strijd voor eerlijke concurrentie

Door Grete Remen op 27 februari 2019, over deze onderwerpen: arbeidsmarkt, Economie, Ondernemen

Het loonakkoord is een regelrechte aanfluiting van  onze concurrentiekracht. Een verhoging van het minimumloon en een uitgestelde SWT-hervorming zijn doekjes voor het bloeden die onze koopkracht moeten veiligstellen, maar tegelijkertijd een ongecontroleerde prijzenoorlog voeden.  Een geïmporteerd conflict met desastreuze gevolgen. We ondermijnen onze eigen welvaartstaat.

Concurrentiekracht

Vanaf juli zullen de laagste minimumlonen in ons land met 1,1% stijgen. Op korte termijn goed voor de Belgische werknemers, maar op lange termijn kan een dergelijke, ondoordachte beslissing desastreuze gevolgen hebben. Voor veel zelfstandige ondernemers wordt het immers onmogelijk om de competitie met buitenlandse bedrijven aan te gaan.

In onder meer de retailsector is die tweespalt tussen het belonen van werknemers, al dan niet door de wettelijke verplichtingen te volgen, en het hoofd boven water houden een dagelijkse realiteit. Neem bijvoorbeeld de zelfstandige uitbater van Carrefour in Pelt die afgelopen vrijdag aankondigde de deuren te zullen sluiten. Een ondernemer die de concurrentiestrijd in zijn buurt en met de Nederlandse retailers  enkele kilometers verder niet meer kon winnen. Vermoedelijk de eerste domino.

Diezelfde Nederlandse supermarktgiganten laten we ondertussen toe om de plaats van hun Belgische concurrenten in te nemen. Nota bene in hetzelfde dorp komt binnenkort namelijk een Jumbo. De ene zijn brood, de andere zijn dood.

Loonkost

Allerlei fronten dragen bij aan de (prijzen)oorlog tussen retailers, maar loonkosten spannen toch wel de kroon. 

Nederlandse retailers kunnen jongeren vanaf 15 jaar hun rekken, magazijnen en transporten laten vullen tegen 2,80 euro per uur. Nederlanders van 22 jaar of ouder krijgen amper meer dan 10 euro voor datzelfde werk. Gegeven natuurlijk dat de retailers geen bussen vol Oost-Europeanen laten aanrukken voor een hongerloon om het ‘vuile werk’ op te knappen.

De kosten die de ketens daarmee besparen zijn enorm. Met die winst kunnen ze voedsel tegen dumpingprijzen aanbieden en bouwen ze België vol met nieuwe winkels. Wil iemand mij eens uitleggen hoe onze zelfstandige ondernemers deze gigantische loonkloof kunnen overwinnen?  En welk profijt heeft de Belgische staatskas? Biedt dit loonakkoord een krachtig antwoord? Laat me niet lachen!

Loonnormen zouden onze concurrentiekracht niet mogen ondermijnen. Wie spreekt er immers nog over koopkracht en opslag bij een herstructurering of faillissement?

The bigger picture

Begrijp me niet verkeerd, ik wil dat iedereen het goed heeft, een waardig loon naar werk krijgt en daarvoor dragen wij ondernemers graag bij tot onze kostbare verzorgingsstaat. Maar we mogen de realiteit ook niet ontkennen. Een ondernemer wil zijn personeel altijd belonen als ze het goed doen, maar dat moet ook mogelijk zijn. Presteert het bedrijf goed, dan profiteren de werknemers. Het omgekeerde is echter ook waar. Een wettelijke verplichting helpt dan niet. Slinkende marges en marktaandeel zijn niet te verenigen met een loonsverhoging.

Een gelijkschakeling van de minimumlonen op Europees niveau is dan ook de enige garantie voor eerlijke concurrentie, al hebben ook lokale besturen een verantwoordelijkheid inzake vestigingsbeleid.

De sociale partners moeten niet kibbelen over percentages na de komma, maar moeten samenwerken om de Belgische economie te doen groeien en concurrentieel te houden. Samen inspanningen leveren, betekent sneller samen de vruchten plukken. En vooral : onze ondernemers terug recht geven op hun eigen lokale markt. Momenteel mist elke vorm van rechtvaardigheid. Enkel waanzin en de wet van de sterksten gelden op de huidige markt.

Het loont om verder te kijken dan de neus lang is.

 

 

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is